Wanneer is een paard klaar om zadelmak gemaakt te worden?
Wanneer is een paard klaar om zadelmak gemaakt te worden? Is drie jaar dé juiste leeftijd? Moet een jong paard vooraf al kunnen longeren? En is het beter om vroeg rustig te beginnen of een paard juist zo lang mogelijk te ontzien?
Voor mij bestaat er geen vaste leeftijd of checklist die bepaalt wanneer een paard klaar is om aan zijn opleiding als rijpaard te beginnen.
Ieder paard ontwikkelt anders. Daarom kijk ik niet alleen naar leeftijd, maar vooral naar het individuele paard: zowel fysiek als mentaal.
Leeftijd zegt niet alles
Natuurlijk speelt leeftijd een rol bij het zadelmak maken van een jong paard. Een paard moet voldoende ontwikkeld zijn om de eerste lichte belasting aan te kunnen.
Maar leeftijd alleen vertelt niet het volledige verhaal.
Het ene jonge paard is van nature al vrij sterk, stabiel en goed in balans. Een ander paard heeft lichamelijk duidelijk meer tijd nodig. Hetzelfde geldt voor de mentale ontwikkeling. Sommige paarden zijn nieuwsgierig en verwerken nieuwe informatie gemakkelijk, terwijl andere paarden sneller spanning opbouwen en meer tijd nodig hebben tussen verschillende stappen.
Daarom vind ik het belangrijker om te kijken naar het paard dat voor me staat dan naar een bepaalde leeftijd op papier.
Jong beginnen betekent niet jong hard werken
Ik geloof niet per se in een jong paard zo lang mogelijk volledig ontzien.
Dat betekent absoluut niet dat een jong paard vroeg zwaar belast of intensief getraind moet worden. Integendeel.
Juist een rustige en gedoseerde opbouw kan een jong paard de kans geven om zowel fysiek als mentaal geleidelijk kennis te maken met wat er later van hem verwacht wordt.
Korte trainingsmomenten, voldoende afwisseling en vooral voldoende herstel zijn daarbij voor mij belangrijk.
Ik zie liever dat een jong paard stap voor stap leert omgaan met lichte belasting, dan dat er jarenlang weinig van hem gevraagd wordt en hij op latere leeftijd plots meerdere keren per week serieus aan het werk moet.
Belasting vermijden is niet hetzelfde als een paard voorbereiden op belasting.
Fysieke ontwikkeling begint vóór het echte rijden
Een belangrijk onderdeel van die voorbereiding is het leren gebruiken van het eigen lichaam.
Een jong paard moet nog ontzettend veel ontdekken. Niet alleen over een ruiter, zadel of hulpen, maar ook over zijn eigen lijf.
Hoe vind ik mijn balans? Hoe blijf ik stabiel in een overgang? Hoe beweeg ik ontspannen voorwaarts zonder mezelf voorbij te lopen? Hoe gebruik ik mijn lichaam wanneer iets moeilijker wordt?
Daarom besteed ik tijdens de voorbereiding veel aandacht aan balans, lichaamsbewustzijn en correct bewegen.
In eerste instantie gebeurt dat zonder dat we veel van het paard vragen. Vanuit eenvoudige oefeningen werken we aan een paard dat zijn lichaam steeds beter leert organiseren.
Wanneer we later een ruiter toevoegen, komt daar immers een volledig nieuwe factor bij. Hoe beter een paard daarvoor al geleerd heeft om ontspannen en in balans te bewegen, hoe gemakkelijker we vanuit die basis verder kunnen bouwen.
Eerst een basis, daarna pas opstappen
Voor mij begint zadelmak maken dan ook niet bij het moment waarop ik voor het eerst in het zadel zit.
De periode daarvoor vind ik minstens zo belangrijk.
We werken vanaf de grond aan communicatie, vertrouwen, ontspanning, balans en lichaamsbewustzijn. Tegelijk leert het paard omgaan met de verschillende onderdelen die bij het rijden horen.
Het hoofdstel, het bit, het zadel en het aansingelen worden stap voor stap geïntroduceerd.
Ik wil daarbij niet alleen dat een paard iets toelaat. Ik wil vooral dat het begrijpt wat er gebeurt en voldoende ontspannen blijft om nieuwe informatie te kunnen verwerken.
Pas wanneer die basis voldoende bevestigd is, bouwen we verder richting het opstappen.
Moet een paard al voorbereid zijn voordat het in training komt?
Nee.
Een paard hoeft bij mij zeker niet volledig voorbereid binnen te komen om te starten met het zadelmak maken.
Rustig meelopen aan het halster, hoeven kunnen geven en vertrouwd zijn met dagelijkse verzorging zijn natuurlijk handig. Maar grondwerk en het opbouwen van duidelijke communicatie maken sowieso deel uit van het traject.
Ook longeren hoeft een jong paard vooraf niet perfect te beheersen.
Sterker nog: ik heb liever een paard dat nog weinig kent, dan een paard waarbij we eerst spanning, verwarring of aangeleerde patronen rond bepaalde oefeningen moeten oplossen.
Vanuit een vrij blanco basis kunnen we alles rustig en logisch opbouwen.
En wat met een gevoelig of onzeker jong paard?
Niet ieder paard verwerkt nieuwe situaties op dezelfde manier.
Bij een gevoelig of onzeker paard vind ik het extra belangrijk om niet alleen te kijken naar wat een paard kan, maar ook naar hoe het zich daarbij voelt.
Een paard hoeft niet overal onbevreesd op te reageren voordat het klaar is om zadelmak gemaakt te worden. Spanning hoort tot op zekere hoogte bij leren en bij het ontdekken van nieuwe situaties.
Veel belangrijker vind ik dat een paard leert hoe het met die spanning kan omgaan.
Het moet kunnen terugkeren naar ontspanning, steun leren zoeken bij de trainer en begrijpen wat er van hem verwacht wordt.
Dat zijn vaardigheden waar een paard niet alleen tijdens het zadelmak maken iets aan heeft, maar gedurende zijn volledige verdere opleiding.
Van zadelmak naar rijpaard
Het eerste opstappen is uiteindelijk maar één klein onderdeel van het volledige proces.
Een paard waarop iemand enkele keren heeft gezeten, is voor mij nog niet klaar met zadelmak maken.
Daarna begint juist een heel belangrijke fase: leren bewegen mét het extra gewicht en de invloed van een ruiter.
We bouwen het rijden rustig verder uit en werken aan ritme, ontspanning, sturen, overgangen en vooral opnieuw aan balans.
Het paard moet leren hoe het zijn lichaam onder de ruiter kan organiseren zonder spanning of snelheid als oplossing te gebruiken.
Gaandeweg kan het paard sterker worden en kunnen we steeds iets meer vragen. Niet omdat een bepaalde week of maand bereikt is, maar omdat het paard laat zien dat het klaar is voor de volgende stap.
Geen haast, maar ook niet stilstaan
Voor mij betekent een rustige opleiding dus niet dat we een jong paard zoveel mogelijk met rust moeten laten.
Het betekent dat we op het juiste moment de juiste hoeveelheid vragen.
Soms is dat een heel korte oefening vanaf de grond. Soms is het kennismaken met een nieuw voorwerp of een nieuwe omgeving. Later kan dat een korte rit zijn of een eenvoudige oefening onder het zadel.
Door die prikkels en belasting geleidelijk op te bouwen, krijgt een paard de tijd om zich eraan aan te passen.
Zo werken we niet alleen toe naar een paard dat ‘zadelmak’ is, maar naar een paard dat zowel fysiek als mentaal een goede basis heeft voor zijn verdere opleiding.
Zadelmak maken in Zoersel
Paarden die bij mij komen voor het zadelmak maken verblijven gedurende hun trainingsperiode op Studfarm Den Eenhoorn in Zoersel.
Een volledig traject duurt doorgaans minimaal drie maanden. Zo hebben we voldoende tijd om niet alleen rustig naar het eerste opstappen toe te werken, maar ook een eerste basis onder het zadel te bevestigen en de eigenaar bij het proces te betrekken.
Na het zadelmak maken kan een paard indien gewenst langer in training blijven voor verdere dressuurmatige opleiding, biomechanische training, sterker en soepeler leren bewegen, buitenritten, trailerladen, rijden op verplaatsing of wedstrijdvoorbereiding.
Het uitgangspunt blijft daarbij altijd hetzelfde: stap voor stap een paard opleiden dat begrijpt wat we vragen, in balans leert bewegen en zowel fysiek als mentaal voorbereid is op het werk dat later van hem verwacht wordt.